Doceren en doseren

Toen ik net begon met lesgeven op een creatieve beroepsopleiding, ging het me er vooral om alles bij iedereen op dezelfde manier aan te leren. Dat was immers de manier die ik goed vond. Dus alle studenten op hetzelfde moment dezelfde muisklikken laten doen om een vaardigheid aan te leren - in mijn geval digitale vormgeving - was ’the way to go'.

Later kreeg ik door dat dat misschien in mijn hoofd fijn was - en ik liet dat graag bevestigen door die enkele student waar dat ook voor gold - maar zeker niet bijdroeg aan het Leren.

Coachen blijkt iets anders te zijn dan begeleiden, net zoals inzicht iets anders is dan kennis of een vaardigheid. Dat kwartje viel bij mij, toen ik examenopdrachten moest nakijken en me ineens realiseerde dat ik eigenlijk mijn collega’s aan het beoordelen was, als in: hoe goed heeft die docent aan die student het kunstje geleerd…

Vanaf het jaar erop begon ik steevast mijn presentaties, workshops en gesprekken met de vraag: “hoe zou JIJ je klant willen overtuigen?” Dat gaf niet alleen een goed gesprek (nadat we allebei van de schrik en de gevolgen van die vraag waren bekomen), maar leverde vooral VEEL creatievere resultaten op. Van de vraag ‘meneer ik heb drie schetsen, is het goed zo’ naar ‘mag het ook op die-en-die manier, dat vind ik fijner’.

Wat voor mij een bottleneck bleef, was dat ik vervolgens toch alles weer door diezelfde beoordelingsmatrix (lees: patatsnijder) moest persen. Want: he, je moest ze wel met elkaar kunnen vergelijken natuurlijk, anders klopte het systeem niet meer.

Niet voor niks in juist die periode vielen me de schellen van de ogen door een quote die een student in een gedicht van Rian Visser liet optekenen: ‘Vergelijk me met gister, maar nooit met een ander’.

Hoewel ik inmiddels klaar ben met het onderwijssysteem, geldt dat nog zeker niet voor het (laten) leren. Ik ben dan misschien niet altijd iemand die vraagt wat je wilt horen, maar wel iemand die altijd wil horen wat je vraagt.

JB